Grote Kerk vanaf de stadswal
Begin woensdag, 20 september 2017
Hoofdmenu
Begin
Protestantse Gemeente
Stichting Kunst en Cultuur
Werkgroep Kerk en Kunst
Klokkenluidersgilde
Geschiedenis
Grafmonument
Blog restauratie
Hoofdorgel
Kabinetorgel
Kistorgel
Kerkregisters
Links
Contact
Route
Zoeken
Blog 6 - De zwarte zerken van het monument PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Pier Terwen   
Onlangs zijn de herstelwerkzaamheden aan de zwarte zerken van het monument gereedgekomen. Deze twee onderdelen zullen in het verleden, in tegenstelling tot het beeldhouwwerk van het monument, nooit beschilderd zijn geweest. De twee enorme stukken van wellicht ‘Doornikse steen’, zullen altijd een geheel eigen uitstraling hebben gehad tussen de kleurige beschildering van de beelden die nu volkomen verdwenen is. De steen is diepzwart door zijn samenstelling: het is een ‘kolenkalksteen’ en de naam geeft al aan dat er veel koolstof in de steenmassa zit.

Dit type zerk komt voor aan grafmonumenten omdat het zwart is (een teken van rouw) en een mooie contrastwerking heeft in de kleursamenstelling van een monument. Vaak zijn er verguld bronzen teksten tegen de rand van zo’n zerk gemonteerd maar in Vianen zijn het slechts rijke profielen die de steen sieren. De hele steen werd met de hand gevlakt en dat is te zien aan de lichte onregelmatigheden. De laatste behandeling is het polijsten dat ook met de hand geschiedde. Als dit handwerk laat zijn specifieke sporen na. Spiegeling van licht over het oppervlak van de steen geeft dat mooi weer: de glans verplaatst zich op een licht hobbelend oppervlak waardoor het aanzicht zeer levendig is.

Door allerlei oorzaken kon het kennelijk gebeuren dat er stukjes en hoekjes van zo’n zerk zijn afgebroken. Helaas weten we niet waardoor dat is gebeurd, want dat zou een interessant stukje extra geschiedenis van het monument opleveren. In de loop van de eeuwen zijn de zerken wel eens onderhouden maar eigenlijk is dat vaak niet al te fijnzinnig gebeurd. Er is aan geschuurd en gekrabd met als gevolg krassen en matte plekken. Ook het klimaat in de kerk heeft bijgedragen tot het verval van de steenhuid: de condens die vaak op de steen zal hebben gestaan heeft de glans aangetast doordat kalkdeeltjes uit de steen werden opgelost.

Het meest ruwe deel van de steen is het gebied onder de beelden. Daar heeft men het kostbare polijsten nagelaten en de steen slechts opgeruwd zodat de beelden stevig op de structuur van de steen kwamen te liggen. Nu het hele monument in restauratie is, besloot is besloten om ook de zerken hun oude glans terug te geven. De steenrestaurateur weet dat hij uiterst zuinig moet zijn op de welvingen die in de oude zerken zitten omdat dat immers veel zegt over de vervaardigingswijze van destijds.

Er is besloten de gedeeltes met de ergste oude beschadigingen opnieuw (heel licht) op te schuren en het geheel te polijsten. Door een terughoudende aanpak blijven sporen van de oude beschadigingen nog net een beetje zichtbaar en is dus niet het gehele historische verhaal verdwenen. De mooie welvingen worden gekoesterd. Enkele oude herstellingen aan hoekjes zijn gerespecteerd als voorbeelden van hoe men vroeger restaureerde. Ze zijn niet zo mooi, maar ‘vertellen’ een klein verhaal, een stukje geschiedenis hoe men in het verleden met het herstel van schade te werk ging.

Na het polijsten is het oppervlak in de bijenwas gezet. Dit middel zal in het verleden ook zijn gebruikt om de steen een nog dieper zwarte kleur en een hogere glans te geven. Tegenwoordig wordt dit effect ook wel bereikt met een minerale (microcristallijne) was. Mijn mening is echter dat als het niet strikt noodzakelijk is om moderne materialen te kiezen, het beter is om te werken met de materialen die in het verleden werden toegepast. En daarmee is een klein bruggetje geslagen tussen 2015 en het midden der zestiende eeuw, het moment dat het monument werd vervaardigd.

De linkerhelft van de onderzerk aan het voeteneind van de transi, vóór restauratie.
De linkerhelft van de onderzerk aan het voeteneind van de transi, vóór restauratie.

De onderzerk aan het voeteneind van de transi, na de restauratie. De steen is weer op glans gebracht maar niet alle historische schades zijn aangevuld.
De onderzerk aan het voeteneind van de transi, na de restauratie. De steen is weer op glans gebracht maar niet alle historische schades zijn aangevuld.

Door de spiegeling op de zwarte steen is goed te zien dat het oppervlak niet strak-recht is. Dit komt door de oorspronkelijke bewerkingstechniek.
Door de spiegeling op de zwarte steen is goed te zien dat het oppervlak niet strak-recht is. Dit komt door de oorspronkelijke bewerkingstechniek.

 
< Vorige   Volgende >