Grote Kerk vanaf de stadswal
Begin arrow Geschiedenis vrijdag, 18 augustus 2017
Hoofdmenu
Begin
Protestantse Gemeente
Stichting Kunst en Cultuur
Werkgroep Kerk en Kunst
Klokkenluidersgilde
Geschiedenis
Grafmonument
Blog restauratie
Hoofdorgel
Kabinetorgel
Kistorgel
Kerkregisters
Links
Contact
Route
Zoeken
Geschiedenis PDF Afdrukken E-mail
Foto: Loes de Kleuver

SIGILLUM ECCLESIAE VIANENSIS
(Zegel van de kerk van Vianen)
ANCHORA FIDEI CHRISTUS
(Christus, anker van vertrouwen)

 

GESCHIEDENIS
1 augustus 1327: Zweder II van Vianen schenkt een stuk land aan een kapel die staat op de plaats waar onze vaderen al eerder een kapel hadden. De kosten zullen zijn gedragen door zijn schoonzoon Willem van Duvenvoorde, die bekend staat als de rijkste man van zijn tijd. Willem was zegelbewaarder van de graaf van Holland. (Hij overlijdt zonder wettige kinderen en laat zijn vermogen na aan een neef, een Van Polanen. Via die familie komt het fortuin terecht bij de Bredase Nassaus en uiteindelijk bij Willem van Oranje).
De kapel van Vianen valt onder de kerk van Gasperden, het huidige Hagestein. De kapel wordt verbouwd tot een kerk van het type pseudo-basiliek. In 1345 verkrijgt men doop- en begraafrechten, maar wel onder het gezag van de pastoor van Gasperden.
In 1435 vervallen de laatste verplichtingen aan Hagestein en de kapel wordt een zelfstandige parochiekerk (O.L. Vrouw ten Hemelopneming). De kerk wordt uitgebreid van pseudo-basiliek tot hallenkerk. Het hoofdkoor en de zijkoren dateren, weliswaar in lagere vorm, uit die tijd.
In 1540 woedt er een grote brand in Vianen. Ook de kerk brandt grotendeels af. De toren en een deel van de muren blijven staan. Men start vrijwel onmiddellijk met de herbouw onder leiding van bouwmeester Cornelis Frederiksz van der Gouwe. Het koor wordt verhoogd en de dwarsbeuken (transepten) worden gebouwd. De ramen worden sterk vergroot, maar voor een deel tijdens of vrij snel na de bouw weer verkleind, wat vooral aan de buitenkant nog goed te zien is.
Na 1540 hebben geen ingrijpende verbouwingen meer plaatsgevonden. Op 25 september 1566 werden door Hendrik van Brederode de beelden uit de kerk verwijderd en kwam het gebouw in handen van de aanhangers van de Reformatie.

TOREN
De onderste drie geledingen van de toren zijn waarschijnlijk in de eerste helft van de 14de eeuw gebouwd. De vierde geleding is iets jonger. Tegelijk met de herbouw van de kerk na de brand, is de toren verhoogd met een vijfde geleding. De oude galmgaten in de vierde geleding zijn dichtgemetseld. Dit is vooral aan de binnenkant goed te zien. Het bovenste deel van de toren bestaat uit een "helm" (de stompe spits) en een "lantaarn" (het houten torentje van waaraf de vlaggen worden uitgehangen). De toren is 41 meter hoog en meet aan de voet 8 x 8 meter. De kerk is gedeeltelijk om de toren heen gebouwd. Sinds 1593 hangen er drie klokken in de toren. Rond 1740 barst de kleinste klok. In 1758 wordt die vervangen door een nieuwe. Deze klok heeft echter de oorlog niet overleefd. Er hangt nu een in 1950 gegoten vervanger. De grootste van de twee oude klokken vertoonde al lang een barst die diverse malen is opgelapt, maar heeft het in 1977 definitief begeven. In 1990 is hij door een replica vervangen.

Foto: Loes de Kleuver

 

De oude klok staat nu voorin de kerk. In de jaren '60 van de vorige eeuw is het carillon geplaatst: 42 klokken met een omvang van 3½ octaaf.

Foto: Loes de Kleuver

 

ORGEL
Het oorspronkelijk orgel is gebouwd in Empire-stijl en dateert uit 1803. Het orgel werd gebouwd door de Utrechtse orgelbouwer Abraham Meere. Bij de kerkrestauratie in 1955 bouwde orgelbouwer Willem van Leeuwen een geheel nieuw orgel in de bestaande kassen. De afgelopen jaren voldeed het orgel steeds minder en verslechterde de staat van het instrument snel. Sinds september 2010 beschikt de Grote Kerk over - opnieuw - een geheel nieuw orgel in de bestaande kassen. De kassen van 1803 werden hersteld en schoongemaakt. Ook werd de oorspronkelijk positie van hoofdkas en rugwerkkas weer hersteld. De herstelwerkzaamheden van de kassen en de bouw van het nieuwe orgel werden uitgevoerd door de Belgische orgelbouwer Dominique Thomas.
Het orgel beschikt over 2 klavieren en zelfstandig pedaal en sluit qua klank aan bij de oorspronkelijke kas.

Foto: Loes de Kleuver

 

 

KOOR
Het koor wordt van de kerk gescheiden door de Herenbank en van het Vrouwenkoor door een renaissancehek en 16de-eeuwse koorstoelen.

SACRISTIE
De sacristie behoort tot de oudste delen van de kerk. Het huidige bouwsel is een reconstructie, gebouwd na 1950. Dit is het enige deel van de kerk met een stenen gewelf.

CONSISTORIE
Naast het grafmonument bevindt zich de consistorie. Volgens sommigen was dit de bidkapel van de Brederodes. Via de geopende luiken werden de dodenmissen gevolgd. Het personeel zat boven. Er zijn echter ook andere opvattingen over de functie van deze ruimte, zoals een administratiekantoortje voor het bijhouden van kerkelijke bezittingen.

Foto: Loes de Kleuver

 

 

HERENBANK
De bank dateert uit 1624 en is gebouwd voor Johan Wolfert van Brederode en zijn eerste echtgenote Anna Johanna van Nassau-Siegen. Hun wapens zijn boven de bank aangebracht. De spreuk ANTES MEUROTO QUE MUDADO is een soort verzetsspreuk uit de 80-jarige oorlog en betekent: liever dood dan veranderd. Met veranderd zou dan bedoeld zijn van mening veranderd. Johan Wolfert speelde als kolonel van zijn eigen Regiment Brederode een belangrijke rol bij de verovering van 's-Hertogenbosch in 1629. In 1642 volgde hij zijn zwager Willem van Nassau op als veldmaarschalk van het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De tweede echtgenote van Johan Wolfert was Louise Christine van Solms-Braunfels, een zuster van Amalia van Solms, de vrouw van Stadhouder Frederik Hendrik. Haar wapen is te vinden aan het begin van de Prinses Julianastraat, op de muur bij het begin van de Zederik, het 17de-eeuwse kanaal van Vianen naar Gorkum, dat op haar initiatief werd aangelegd. (Onder de kerktoren door de stad uit, en na de brug rechts, tegenover een Chinees restaurant). Ook de pomp op de Voorstraat was een initiatief van Louise Christine.

TRANSEPTEN
Tegen de oostmuur in de noordelijke dwarsbeuk (transept) hangt het Predikantenbord; tegen de westmuur de Tien-Gebodenborden, het Onze Vader en de Geloofsbelijdenis. De laatste borden zijn van oorsprong 17de eeuws.

Foto: Loes de Kleuver

 

 

KANSEL
Deze dateert uit dezelfde periode als de Herenbank en is één van de oudste in de Vijfheerenlanden.

GRAFZERKEN
In 1795 wordt het verboden om in de kerk te begraven. Men houdt zich daar aanvankelijk niet aan, want het is een belangrijke bron van inkomsten. In Vianen wordt bijvoorbeeld nog in 1812 dominee Goswin Cremer begraven. Zijn grafsteen is te vinden bij het trapje naar de preekstoel. In de hele kerk vindt men grafstenen, van eenvoudige steentjes tot rijk bewerkte grafzerken.

Foto: Loes de Kleuver

 

 

KERKDAK
De overkapping is een houten tongewelf, dat in twee richtingen is aangebracht. Hierdoor is het mogelijk geworden de kerk van zeer hoge ramen te voorzien. Dit type kerk noemt men wel "Haagse Hallenkerk", naar de twee grootste Haagse kerken, die op een vergelijkbare manier gebouwd zijn.

Foto: Loes de Kleuver

 

 

PRAALGRAF
Het praalgraf dateert van de herbouw na de brand van 1540. Het is gebouwd in opdracht van Reinout III van Brederode. Hij (overleden 1556) en zijn vrouw Philippote van der Marck (overleden 1536) liggen er begraven. Boven liggen Reinout en Phillippote, onder een transi, een beeld dat de vergankelijkheid van het leven weergeeft. Ook een aantal nakomelingen van Reinout en Phillippote is hier begraven evenals, in 1679, Wolfert van Brederode, de laatste wettige mannelijke nakomeling. Bij die gelegenheid wordt het plafond boven het monument het familiewapen aangebracht. Het grafmonument dateert van circa 1542. Het altaar achter het praalgraf dateert uit dezelfde periode als het praalgraf. De overhuiving van het monument is 17de-eeuws, en mogelijk van de hand van Jacob van Campen. Link voor meer informatie over het grafmonument.

VERVAL EN RESTAURATIE
In het begin van de 18de eeuw is het gebouw in zeer slecht staat. Op 24 oktober 1709 houdt dominee Jodocus Rappardus een leerrede, waarin hij oproept om een twintigste deel van wat gewoonlijk aan drank, kleding en vermakelijkheid wordt verkwist aan de kerk te schenken. Een grote inzamelingsactie die daarop wordt gehouden levert voldoende geld op om het dak te herstellen. De preek is bewaard gebleven. In 1725 kopen de Staten van Holland en West Friesland de heerlijkheid Vianen en Ameide. In 1728 wordt de kerk gerestaureerd. Een grote restauratie is uitgevoerd tussen 1951 en 1956. In 1998/1999 is het pleisterwerk gerestaureerd en in 2000/2001 het tongewelf. Het hout was aangetast door de bonte knaagkever.